Wat ik had willen weten toen ik dacht dat ik ‘te gevoelig’ of juist ‘ongevoelig’ was
Er was een tijd dat ik dacht dat er iets mis was met mij.
Niet één ding, maar twee tegenstrijdige dingen tegelijk.
Soms was ik te gevoelig.
Dan kwam alles te hard binnen. Woorden, blikken, stiltes.
En soms was ik ineens ongevoelig.
Dan leek het alsof ik niets voelde. Alsof ik afhaakte, afvlakte, verdween.
Wat ik toen nog niet wist, is dit:
die twee horen bij elkaar.
‘Te gevoelig’ is zelden het hele verhaal
Veel neurodivergente mensen krijgen al jong te horen dat ze te gevoelig zijn.
Te emotioneel. Te intens. Te snel geraakt. Flauw. Kleinzerig.
Maar gevoeligheid is geen losstaande eigenschap.
Het is een reactie van een zenuwstelsel dat veel waarneemt, diep verwerkt en weinig filters heeft.
Wat vaak wordt gezien als “overgevoeligheid”, is eigenlijk:
- sterke empathie
- diepe emotionele verwerking
- snelle waarneming van nuance
- een lichaam dat snel reageert op prikkels
Niet te veel. Te weinig begrepen.
En dan ineens: ‘ongevoelig’
Wat zelden wordt benoemd, is het andere uiterste.
Die momenten waarop je niets lijkt te voelen.
Geen tranen.
Geen reactie.
Geen verbinding.
Dat is geen kilte. Dat is geen onverschilligheid.
Dat is je systeem dat zegt: dit is te veel.
Wanneer prikkels, emoties of verwachtingen zich opstapelen, kan je zenuwstelsel overschakelen naar bescherming:
- afvlakken
- afstand nemen
- dissociëren
- ‘niets voelen’ om te overleven
Je was niet ongevoelig. Je was overbelast.
De waarheid die ik toen had willen horen
Je bent niet óf te gevoelig óf ongevoelig.
Je beweegt tussen intens voelen en tijdelijk afsluiten.
Dat is geen fout — dat is regulatie.
Je zenuwstelsel zoekt steeds naar balans.
Soms door alles te voelen.
Soms door even niets toe te laten.
Beide zijn pogingen om jou veilig te houden.
Waarom dit zo vaak voorkomt bij neurodivergentie
Bij ADHD, ADD, AuDHD en autisme:
- komen prikkels harder binnen
- is emotionele verwerking intens
- kost aanpassen veel energie
- is herstel vaak onderschat
Dus gaat je systeem pendelen.
Tussen openstaan en sluiten.
Tussen voelen en verdoven.
Niet omdat je onbetrouwbaar bent.
Maar omdat je mens bent met een gevoelig afgesteld systeem.
Wat ik had willen weten (en wat jij mag weten)
Gevoeligheid is geen zwakte.
Afsluiten is soms zelfzorg.
Je hoeft niets te fixen.
Je systeem werkt niet tegen je.
En vooral dit:
Je bent niet inconsistent.
Je bent afgestemd.
Van schaamte naar begrip
Wanneer je begrijpt waarom je soms ‘te veel’ voelt en soms ‘te weinig’, verdwijnt schaamte.
Je hoeft jezelf niet meer uit te leggen.
Niet te verdedigen.
Niet te corrigeren.
Je mag leren luisteren naar wat je systeem nodig heeft:
- rust
- veiligheid
- vertraging
- zachtheid
Niet om minder te voelen.
Maar om jezelf niet te verliezen.
Je gevoeligheid is geen probleem.
Je afsluiten is geen falen.
Je bent niet te veel en niet te weinig.
Je bent precies mens genoeg.
En als niemand het je ooit heeft gezegd:
Je was nooit stuk. Je was aan het overleven.
